SkoebidoeGezond en veilig groot wordenKindje ziek

Reflux bij zuigelingen


Tijdens de eerste levensmaanden geven de meeste baby's wat melk over na de voeding. De oorzaak van deze reflux is meestal erg onschuldig en verdwijnt met het ouder worden.

Wat?

Reflux is het terugvloeien van de maaginhoud naar de slokdarm. Dit verschijnsel komt bij zuigelingen zeer vaak voor. Het treedt even vaak op bij jongens als bij meisjes, en zowel bij borstvoeding als bij flesvoeding.

Soms kan de slokdarm beschadigd raken door het frequent contact met de zure maaginhoud. Dan is er sprake van refluxziekte, wat op termijn een slokdarmontsteking kan teweegbrengen.

Oorzaken

De slokdarm is een gespierde buis die het voedsel van de mond naar de maag stuwt. Aan de overgang van de slokdarm naar de maag zorgt een sluitspier ervoor dat het voedsel in de maag blijft. Bij zuigelingen is deze overgang evenwel nog niet volledig ontwikkeld. Hierdoor kan er maaginhoud terug naar de slokdarm gaan.

Andere en zeldzamere oorzaken van refluxziekte zijn onder meer koemelkeiwit-allergie en anatomische afwijkingen zoals een slokdarmvernauwing of abnormale ligging van de darmen.

Symptomen

Wanneer de maaginhoud in de mond komt, loopt de melkvoeding uit het mondje van de baby en wordt ze in kleine gulpjes uitgespuwd. Doorgaans heeft de baby er weinig last van. Als de eetlust goed is, en groei en gewichtstoename normaal verlopen, is er dan ook geen reden tot ongerustheid.

Bij refluxziekte ontstaan er wel klachten. Het overgeven duurt dikwijls tot lang na de voeding. De baby heeft pijn bij het slikken en huilt meestal veel, vooral tijdens en na de voeding en bij het neerliggen. Hierdoor treden vaak ook slaapproblemen op. En door de pijn kan de baby na verloop van tijd weigeren te eten en hierdoor onvoldoende bijkomen in gewicht.

Als er maaginhoud in de luchtwegen terechtkomt, kunnen ook symptomen optreden van chronisch hoesten, astma en zelfs apneu. Dit komt gelukkig slechts zelden voor.

Behandeling

Reflux vereist geen medische behandeling. Het euvel verdwijnt vrijwel altijd spontaan met het ouder worden. Rond de leeftijd van 6 à 7 maanden vermindert het terugvloeien van de melkvoeding, onder meer door de ontwikkeling van de sluitspier van de slokdarm, het opstarten van vaste voeding en het rechtop zitten tijdens het eten. Als de baby 12 à 15 maanden oud is, is reflux doorgaans definitief voorbij.

Bij ernstige klachten en twijfel of het om refluxziekte gaat, kan de arts een aantal onderzoeken voorstellen om de diagnose te bevestigen. Zo kan via een 24-uurs pH-metrie bekeken worden hoe vaak zure reflux optreedt en hoelang deze periodes duren.

Soms is een behandeling met geneesmiddelen aangewezen. Zuurremmers zorgen er voor dat het maagzuur minder zuur wordt, waardoor de slokdarm kan genezen en de pijn vermindert. Prokinetica bevorderen het transport van het voedsel doorheen de slokdarm en de maag. De doeltreffendheid en veiligheid van deze geneesmiddelen bij zuigelingen is evenwel omstreden. Bovendien zijn er ook nevenwerkingen mogelijk. Je arts zal beslissen om deze geneesmiddelen al dan niet voor te schrijven en dit enkel als de diagnose van refluxziekte met zekerheid is gesteld.

Bij een anatomische afwijking van de maag, wat zeer uitzonderlijk is, kan een operatie nodig zijn.

Wat kun je zelf doen?

Reflux komt evenveel voor bij borstvoeding als bij flesvoeding. Overschakelen van borst- naar flesvoeding is dan ook niet aangewezen om reflux tegen te gaan.

Wel kun je met een aantal maatregelen de ongemakken enigszins beperken.

  • Neem rustig de tijd voor elke voeding en zorg voor een rustige omgeving. Een normale flesvoeding duurt 15 tot 20 minuten.
  • Voed je kindje op tijd. Veel huilen voor een voeding en gulzig eten kunnen er namelijk voor zorgen dat er veel lucht in de maag terechtkomt, waardoor reflux toeneemt.
  • Hou je baby na de voeding minstens een halfuur rechtop en laat hem boeren door lichtjes met de hand op zijn rugje te kloppen. Je kunt ook proberen om je baby tijdens de voeding al eens te laten boeren.
  • Respecteer bij de bereiding van flesvoeding de juiste verhouding tussen melkpoeder en water, overschrijd de aanbevolen hoeveelheid niet en voeg op eigen houtje geen middelen toe om de melk in te dikken.
  • Zorg bij flesvoeding voor een aangepaste speen. Als de opening te groot is, zal je baby te snel drinken en extra lucht binnen krijgen.
  • Zorg ervoor dat de speen steeds volledig gevuld is met melk, zodat er tijdens het drinken geen lucht in zit.
  • Verminder niet te snel het aantal voedingen van je baby. Het is immers beter verschillende kleinere voedingen te geven, zodat de maag niet overbelast wordt.
  • Speel na de voeding geen wilde spelletjes met je baby of doe geen activiteiten waardoor de druk op de maag kan toenemen.
  • Vermijd strakke kleding en spannende luiers, want ook hierdoor kan de druk op de maag verhogen.

Vroeger werd wel eens aangeraden om je baby in buikligging te laten slapen, met het hoofdje dertig graden opgehoogd. Omwille van een verhoogd risico op wiegendood wordt dit niet meer aanbevolen. Leg je kindje dus nooit te slapen op zijn buikje zonder advies van een arts maar leg het steeds op zijn rug. Eventueel kun je wel proberen om het bedje aan het hoofdeinde op te hogen, maar het effect ervan is individueel verschillend. 

In de uitleendienst van de Goed thuiszorgwinkel (rubriek Moeder en Kind) kan je een antirefluxbedje huren. Als CM-lid geniet je korting op het uitleentarief.

Wanneer naar de dokter?

Als ondanks de zelfzorgmaatregelen de klachten blijven toenemen, is het raadzaam je arts te raadplegen. Deze kan bijkomende adviezen geven over de aanpassing van de voeding, zoals het opstarten van antiregurgitatie-melk.

Raadpleeg ook zeker je arts als:

  • je baby tijdens de voeding huilt of weigert te eten;
  • je baby frequent huilt, slecht slaapt en snel geïrriteerd is;
  • bij het overgeven sliertjes bloed met de melk meekomen;
  • er bloed in de stoelgang zit of de stoelgang een zwarte kleur heeft;
  • je baby er erg bleek uitziet;
  • je baby niet goed groeit of niet bijkomt in gewicht;
  • je baby systematisch de volledige voeding overgeeft in een grote gulp.

Bron: dokter Elise Rummens, preventie-arts LCM.