Prenatale testen

Met prenatale testen wordt er nagegaan of met de foetus alles oké is.

Prenatale screening

Een prenatale screening zoekt naar tekenen van een chromosomale of lichamelijke afwijking. Het resultaat geeft geen uitsluitsel, maar is een cijfer dat uitdrukt hoe groot de kans is dat je kindje een bepaalde afwijking heeft. 

Niet-invasieve Prenatale Test (NIPT)

Vanaf de twaalfde week van de zwangerschap kun je via een bloedafname van jezelf de DNA-informatie van je kindje testen. De NIPT speurt in het DNA onder andere naar het syndroom van Down. Deze test wordt je aangeboden. Het is aan de ouders om te beslissen of ze die laten uitvoeren.

  • Bespreek vooraf met je arts wat je van de test mag verwachten en wat het gevolg is van een positieve NIPT. Op basis van deze informatie kan je beslissen om de NIPT al dan niet uit te voeren. 
  • Is de NIPT positief, kan je na overleg met je arts een vruchtwaterpunctie laten uitvoeren om zeker te zijn. 
  • De NIPT wordt terugbetaald door het ziekenfonds. 

Prenatale diagnostiek

Geeft de prenatale screening een verhoogd risico op een bepaalde aandoening, dan kan verder onderzoek zekerheid bieden. 

Vruchtwaterpunctie

De arts neem met een naald, onder begeleiding van een echografie, wat vruchtwater af via de buik. De prik is niet pijnlijk.
De test wordt uitgevoerd vanaf de 15de tot de  16de week van de zwangerschap. Hij verschaft zekerheid over chromosomale afwijkingen, maar geeft een kleine kans (0,5-1% en in een gespecialiseerd centrum 0,1-0,2%) op een miskraam. 

Vlokkentest

De arts neemt met een naald wat vlokkenweefsel afkomstig van de moederkoek af via de buik of met behulp van een dun buisje via de baarmoederhals. De prik is niet pijnlijk. 

Een vlokkentest kan worden uitgevoerd vanaf de 10de week van de zwangerschap, maar geeft een kleine kans (0,5-1%) op een miskraam.